Faraomier

De faraomier is oorspronkelijk afkomstig uit de tropen. De eerste melding in Nederland was omstreeks 1900. Vooral na 1945 was er een grote toename door het aanbrengen van centrale verwarming in gebouwen en het toenemende handelsverkeer.

Deze mier komt in het gehele land voor en wordt uitsluitend aangetroffen binnen gebouwen en in plantenkassen, omdat ze warmteminnend zijn. Daarom bouwen zij hun nest bij voorkeur in de buurt van een warmtebron.

Binnen gebouwen kunnen ze behoorlijke afstanden afleggen.

Bestrijding

Bij geconstateerde aanwezigheid van faraomieren is een goede inventarisatie van de verspreiding noodzakelijk De bestrijding dient plaats te vinden in het gehele verspreidingsgebied; alle ruimten waar de mieren in voorkomen moeten worden behandeld.

Alleen de koninginnen zorgen voor het voortbestaan van de soort, daarom is het van belang om ze te doden. Aangezien ze zich bijna uitsluitend ophouden in zeer goed verscholen nesten, zijn ze niet te bereiken met spuitmiddelen of poedervormige middelen. Bovendien vermijden de werksters contact met deze toegepaste biociden.

De enige effectieve bestrijdingsmethode is het gebruik van een lokaas op gel-basis, toegelaten voor de bestrijding van tropische mieren. De gel wordt aangebracht op en bij looppaden, langs deurposten, plinten en in kasten. Let op! Buiten gebruik van kinderen en huisdieren houden.

De werksters zullen op het lokaas afkomen en het meenemen naar de nesten, waar de koninginnen en de larven ermee worden gevoerd. Binnen enkele weken is de gehele populatie uitgeroeid.